Pedagogisch beleid

Het Pedagogisch beleid

Inleiding
Het pedagogisch beleid biedt een richtlijn voor het pedagogisch handelen van de pedagogisch medewerkers. Met een pedagogisch beleid wil Kinderopvang Jip & Janneke een eenduidige, continue opvoedkundige kwaliteit ontwikkelen en bewaken.
Een pedagogisch beleidsplan is een voortdurend proces van evaluatie, bijstelling en vernieuwing
.

Een pedagogisch beleidsplan heeft een aantal belangrijke voordelen:

  • Het is voor de ouders duidelijk waar de instelling voor staat.

  • Het biedt de pedagogisch medewerkers houvast in het werken met kinderen.

  • Het geeft een beschrijving van het pedagogisch klimaat dat wordt geboden.

Wij streven ernaar dat de opvang een verrijking zal geven aan de wereld van het kind en dat hierdoor de ouders in staat zijn met een gerust gevoel andere maatschappelijke taken op zich te nemen.

Hierbij wordt het kind op positieve wijze ondersteund in zijn/haar ontwikkeling onder deskundige leiding, zoveel mogelijk in samenspraak met de ouders. Evenzo belangrijk vinden wij het aanbrengen van structuur in de dagindeling en duidelijk zijn in ons handelen naar de kinderen toe. Een goede relatie tussen pedagogisch medewerker en ouders is ook van essentieel belang. Regelmatige overdracht van informatie tussen ouders en pedagogisch medewerkers is onderdeel van de dagelijkse opvang. Tijdens de kennismaking en intake en tijdens de breng- en haalmomenten delen ouders en medewerkers informatie met elkaar.

Bij ons staat het belang van het kind voorop. Wij zorgen ervoor dat de kinderen zich prettig voelen bij Kinderopvang Jip & Janneke.


In het pedagogisch beleidsplan zijn de eisen en normen die momenteel van toepassing zijn voor de kinderopvang beschreven:

  • De pedagogische basisdoelen

  • De leidster-kind-ratio

  • Het vier-ogen-principe

  • De meldcode en de meldplicht

  • De achterwacht-regeling en de 3-uurs-regeling

  • Het wenbeleid

  • De voorbereiding op de basisschool, vroeg-voorschoolse-educatie ondersteund door het VVE-project Uk en Puk voor de kinderopvang.

  • Het open-deuren beleid

  • Het beleid bijzondere kinderen; kinderen kunnen gedurende de opvangjaren of reeds bij plaatsing worden aangemerkt als “bijzonder” waarbij wij de nadruk leggen op de behoefte aan bijzondere zorg, voor zover dit binnen de kinderopvang toegestaan is.
    Naast het “passende onderwijs” is hierbij sprake van “passende kinderopvang”.

  • Opvang in de stamgroep (kinderdagverblijf) en de basisgroep (buitenschoolse opvang) en de regels omtrent verplaatsing naar een andere stamgroep/basisgroep.

Pedagogische basisdoelen

De Wet Kinderopvang noemt vier opvoedingsdoelen, die hiervoor de rode draad vormen.

Deze vormen samen ‘het pedagogisch kader’.

• Basisdoel 1: De medewerker biedt emotionele en fysieke veiligheid aan het kind

• Basisdoel 2: Het ontwikkelen van “persoonlijke competentie”

• Basisdoel 3: Het ontwikkelen van “sociale competentie”

• Basisdoel 4: De kans geven om waarden en normen eigen te maken 

Emotionele en fysieke veiligheid
Een kind dat zich veilig voelt, durft en kan zich namelijk verder ontwikkelen. Emotionele veiligheid gaat over vertrouwen tussen medewerker, ouder en kind. Dit proces heeft continue aandacht nodig. Als pedagogisch medewerker neem je tijdelijk de zorg over van ouders. Een kind moet zich dan ook veilig en gehecht voelen binnen de opvang. Het kind heeft met andere woorden liefde, genegenheid en warmte nodig om te kunnen exploreren. Het bieden van ritme en structuur geeft het kind een gevoel van veiligheid. De kinderen wordt gemeld wat er door de dag heen zal gaan gebeuren en wat er van hen wordt verwacht bij de verschillende activiteiten. De fysieke veiligheid gaat over het lichamelijk aspect en de omgeving waarin het kind zich bevindt. Een vertrouwde omgeving met uitdagende, maar veilige spelmaterialen en activiteiten. Vaste rituelen zijn hiervan onderdeel. Daarnaast bieden de pedagogisch medewerkers begrijpelijke regels en omgangsnormen waar kinderen aan kunnen voldoen. Heeft het kind het vandaag naar zijn/haar zin is hierbij de juiste vraag.

Persoonlijke competentie
Een kind moet uitgroeien tot een volwassenen die zelfvertrouwen heeft, zelfredzaam is en flexibel kan omgaan met verschillende situaties. Om dit te bewerkstelligen is het goed om kinderen te stimuleren in de verschillende ontwikkelingsgebieden.
Het aanbieden van een gevarieerd spel- en activiteitenaanbod ondersteunt dit doel. Kinderen hebben allen een eigen manier van leren en ontdekken. In een rijke leeromgeving krijgt ieder kind de kans om zijn persoonlijke kennis en vaardigheden te ontwikkelen.
Voorbeelden van persoonlijke competenties zijn: zelf een broodje smeren, zelfstandig aan- en uitkleden en speelgoed op oog en grijphoogte. Heeft het kind vandaag iets geleerd wat betekenisvol voor hem/haar is, is hierbij de juiste vraag.

Sociale competentie
Bij de sociale competenties gaat het om het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Het kunnen verwoorden van gevoelens, gedachten en situaties, het helpen van anderen, het samenwerken met andere kinderen en volwassenen, het oplossen van conflicten (of voorkomen). Het beheersen van een breed scala aan sociale vaardigheden is essentieel in het verdere leven.
In de praktijk kan dit betekenen dat een ouder kindje helpt bij het uittrekken van de schoenen van een jonger kind. Het samen opruimen en het principe van samen spelen en delen oefenen. Hierbij is het goed om als pedagogisch medewerker ondersteuning te bieden, maar zeker ook ruimte bieden om kinderen zelfstandig tot iets te laten komen. Dit kan gaan om het oplossen van en conflict, maar ook het hulp durven vragen. Heeft het kind vandaag met iemand gespeeld of bewust contact gezocht, is hierbij de juiste vraag.

Normen & waarden
Binnen een samenleving hebben wij regels en wetten nodig. In de dagelijkse omgang met kinderen probeer je spelenderwijs normen en waarden mee te geven. Normen en waarden liggen niet bij iedereen gelijk. Zij kunnen cultureel bepaald zijn. Het respect voor ieders waarden en normen proberen we aan de kinderen van jongs af aan bij te brengen.
Heeft het kind vandaag geleerd om sociaal op respectvolle wijze met anderen om te gaan, zou hierbij de juiste vraag kunnen zijn.

Pedagogische visie van Kinderopvang Jip & Janneke

1. Visie op emotionele veiligheid, fysieke veiligheid en gezondheid.

Een kind kan zich het best ontwikkelen in een sfeer van veiligheid en vertrouwen. Het is onze taak te zorgen voor een omgeving waarin deze veiligheid aanwezig is en waar de basis voor vertrouwen te vinden is. Een open en ontspannen sfeer in de groep maken hiervan deel uit. Evenals het werken met zo veel mogelijk vaste pedagogisch medewerkers.

Het belangrijkste is dat kinderen die het naar hun zin hebben, zich goed ontwikkelen.

Een goede relatie tussen pedagogisch medewerker en kind is van essentieel belang. Zo krijgen kinderen en pedagogisch medewerkers de kans om een band op te bouwen, het biedt duidelijkheid en continuïteit voor zowel de kinderen, ouders en pedagogisch medewerkers.

Het kind moet het naar zijn/haar zin hebben en zich veilig voelen.
Eerder zagen we reeds dat de pedagogische basisdoelen hiervoor de juiste basis bieden.

De manier waarop de aandacht voor de fysieke veiligheid en gezondheid in de uitvoering van de werkzaamheden wordt vormgegeven, is de volgende:

  • Door te zorgen voor deskundig en betrouwbaar personeel ; gescreend en beoordeeld met een verklaring omtrent gedrag, de juiste opleiding en diploma’s en regelmatige bijscholing en/of deskundigheidsbevordering.

  • Door te zorgen voor een juiste leidster-kind-ratio, waarbij het aantal leidsters op de juiste wijze is afgestemd op de leeftijd en groepsgrootte. Op deze wijze zijn er altijd voldoende leidsters/pedagogisch medewerkers aanwezig om de zorg voor de kinderen optimaal te kunnen borgen.

  • Door de duidelijkheid en emotionele veiligheid van de basisgroep/stamgroep, waarbij het kind weet wie de vaste pedagogisch medewerker van zijn/haar groep is. Zelfs als de gehele groep de stam/basis-groepsruimte verlaat voor een activiteit of uitstapje.

  • Het wenbeleid (gericht op geleidelijke gewenning aan de nieuwe situatie en binnen de nieuwe groep) geeft het kind vanwege de gewenste emotionele veiligheid rustig de tijd om aan de nieuwe stamgroep of basisgroep en de pedagogisch medewerkers te “wennen”, door verdeeld over verschillende opvangdagen steeds een beetje langer onderdeel uit te maken van de nieuwe groep. Natuurlijk is de leeftijd van het kind bepalend voor het tempo en het ritme in het dagprogramma. In overleg met de ouders/verzorgers worden de wendagen afgesproken.

  • De voorbereiding op de basisschool vindt bij het kinderdagverblijf plaats vanaf de derde verjaardag van het kind, doch het kind wordt al op jongere leeftijd bekend gemaakt met Puk, de pop die een belangrijk onderdeel vormt van ons VVE-project (vroeg-voorschoolse-educatie).
    Puk beleeft volgens thematische richtlijnen avonturen die de basisvaardigheden die benodigd zijn voor de overgang van het kinderdagverblijf naar de basisschool helpen oefenen en eigen maken. De kinderen leren zo op een leuke en uitdagende wijze “spelenderwijs” hetgeen er nodig is om bij de vierde verjaardag de overstap te kunnen maken naar de basisschool. Waar nodig kan een eventuele achterstand worden opgemerkt en bijgestuurd.

  • Het open-deuren beleid, waarbij de deuren van de naastgelegen groep daadwerkelijk open staan, geeft de kinderen beperkte en beveiligde uitdaging tot het betreden van de andere ruimte en de omgang met andere kinderen en medewerkers dan die van de “eigen” groep. Natuurlijk altijd maar voor een beperkte tijd van de dag, meestal tijdens de momenten van het “vrij-spelen”.

  • Door te zorgen voor een juiste opvolging van het 4-ogen-principe waarbij een medewerker op de groep gedurende de gehele dag kan worden gezien of gehoord door een andere medewerker of leidinggevende tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden op de groep, met de kinderen.

Vanaf 1 juli 2013 is het vier-ogen-principe verplicht in de kinderopvang. Dit houdt in dat er altijd een andere volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met de beroepskracht. Het vier-ogen-principe is bedoeld om de veiligheid in de kinderopvang te vergroten. Het wordt vooral vorm gegeven door de transparantie van ruimtes en voldoende aanwezigheid van beroepskrachten. Voldoende zicht op de werkzaamheden op de groep en sociale controle zijn daarbij belangrijk. Voor de medewerkers betekent het tevens een zich bewust zijn van het zichtbaar moeten zijn tijdens het pedagogisch handelen op de groep.

De verschillende ruimtes bij kinderopvang Jip & Janneke hebben elk een specifieke ligging in een van de panden, bijvoorbeeld boven of beneden of voorin bij de voordeur of achterin bij de deur naar de buitenruimte, etc.
Daarnaast is het afhankelijk van de bezetting en/of de drukte van de dag of er samengevoegd wordt gewerkt ja of nee.

Al deze punten hebben invloed op de borging va het 4-ogen-principe per dag.

Afspraken die elke dag hetzelfde zijn, zijn de volgende:

  • De groepsruimtes zijn van buitenaf in te zien. Alle toegangsdeuren hebben een raam waardoor in de groep kan worden gekeken.

  • De verschoonruimtes en toiletruimtes voor de kinderen zijn zichtbaar en/of benaderbaar voor meerdere medewerkers.
  • De medewerkers van de groepen kunnen elkaar zien en/of elkaar benaderen en horen.

  • Gedurende de gehele dag hebben de leidinggevenden en de medewerkers van de administratie gelegenheid om zich te verplaatsen binnen de panden en hebben daardoor zicht en toegang tot de groepen.

  • Voor de slaapkamers zijn babyfoons en camera’s beschikbaar, ter controle van de kinderen en de medewerkers wanneer er iemand in de slaapkamer verblijft.

  • Gedurende de tijd van 07.00 uur tot 09.30 uur en 17.30 uur tot 19.00 uur zijn er brengende en halende ouders in het pand aanwezig die de medewerkers kunnen zien en horen.

  • Als aanvulling kan er tevens gebruik gemaakt van babyfoons wanneer medewerkers tijdelijk alleen op een groep staan, zodat de verschillende medewerkers in het pand aanwezig, elkaar kunnen horen ter controle.

  • Tijdens de pauzes zijn medewerkers zo kort mogelijk alleen op de groep en in deze tijd houden andere medewerkers en de leidinggevenden toezicht.

  • Ook tijdens het buiten spelen zorgen we voor voldoende toezicht en zicht op elkaar.

  • Door te zorgen voor een juist en vakkundig gebruik van de “meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”, daar waar vermoedens ontstaan van het niet welbevinden van een kind. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken bestaan, zowel binnen als buiten de organisatie. Vanuit de signalen en de bespreking hiervan zal indien nodig een plan van aanpak worden opgesteld. Ook zal indien nodig de meldplicht worden gevolgd en zal de situatie worden besproken met de inspecteur als vertrouwenspersoon.

  • Door te zorgen voor een goede ondersteuning bij calamiteiten, door middel van:

  1. de achterwacht-regeling; waarbij altijd een andere volwassene in de nabije omgeving aanwezig is, die in geval van nood de pedagogisch medewerker kan bijstaan en daarvoor binnen een paar minuten aanwezig kan zijn op de betreffende locatie (slechts van toepassing voor de bso-locaties).

  2. de 3-uurs-regeling; waarbij gedurende slechts 3 uur van de dag een medewerker alleen op de groep mag staan, mits deze kan worden bijgestaan door een andere volwassene die in het pand aanwezig is. Tijdens deze 3 uur per dag mag van de leidster-kind-ratio worden afgeweken en wordt er bijvoorbeeld opgestart, gepauzeerd, afgesloten aan het einde van de dag, etc.

  • Door voortdurende en jaarlijkse kwaliteitscontroles uit te voeren, zoals bijvoorbeeld de legionellapreventie, de koelkasttemperatuurcontroles, de jaarlijkse risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid, etc. Door middel van uitgebreide vragenlijsten wordt hierbij beoordeeld of bij zowel de binnen- als buitenruimtes van de organisatie veilig kan worden gewerkt. Eventuele aandachtspunten worden verwerkt in een actielijst en indien mogelijk direct opgelost.

De manier waarop de zorg voor de emotionele veiligheid in de uitvoering van de werkzaamheden wordt vormgegeven, vanuit de beroepshouding van de medewerker is de volgende:

  • Door ieder kind in zijn/haar waarde te laten. Ieder kind aanvaarden zoals het is en serieus te nemen. De kinderen als volwaardig te benaderen en hen als kind te respecteren. Elk kind is uniek, ongeacht uit welke gezinssituatie of cultuur het kind afkomstig is en dient als dusdanig gerespecteerd te worden. Hetzelfde geldt voor kinderen met, soms tijdelijk, niet gewenst gedrag.

  • Door ieder kind zich in zijn/haar eigen tempo laten ontwikkelen. Ieder kind ruimte te geven om tot volle ontplooiing te komen en zijn/haar eigen niveau te bereiken/doorlopen.

  • Door ieder kind waarden en normen bij te brengen voor wat betreft het gedrag naar anderen toe. De kinderen te leren respect te hebben voor zowel zichzelf als anderen.

  • Door consequent te zijn in ons handelen. Alle pedagogisch medewerkers van een groep hanteren dezelfde werkwijze en regels. Dit wordt gewaarborgd door middel van regelmatig groepsoverleg en kind-besprekingen.

  • Door te observeren en te signaleren en indien nodig door te verwijzen naar andere instanties voor eventuele hulpverlening. Het jaarlijkse observatieverslag dat bij het kinderdagverblijf wordt gemaakt, door de vaste medewerkers van de groep, om alle ontwikkelingsgebieden en het welbevinden van het kind te volgen en weer te geven, wordt ter bespreking aan de ouders aangeboden. Wanneer er zorgen zijn rondom één van de ontwikkelingsgebieden óf over het gedrag van het kind, dan zal een aanvullend gesprek nodig zijn. Wanneer dit het geval is wordt de leidinggevende op de hoogte gebracht en denkt mee aan een plan van aanpak en/of de voorbereiding van het gesprek en zal indien gewenst aanwezig zijn bij het gesprek.
    Medewerkers worden tijdens het inwerktraject als vaste medewerker op een groep hiertoe “opgeleid” en leren het formulier in te vullen en op te volgen.

Bij de buitenschoolse opvang wordt het observatieverslag alleen op verzoek van de ouders ingevuld en besproken, doch ook daar zullen zorgen worden gedeeld met de ouders en wordt er indien nodig een plan van aanpak begeleid en opgesteld

  • Door te luisteren en te kijken naar ieder kind; wat zijn zijn/haar behoeften? De kinderen zoveel mogelijk de ruimte te geven die zij nodig hebben om zich te ontwikkelen.

  • Door het begeleiden van kinderen met bijzondere zorg, passend binnen de reguliere kinderopvang. Enerzijds kan bij inschrijving en plaatsing al duidelijk zijn dat een kind bijzondere zorg nodig heeft, anderzijds kan het voorkomen dat er bij een kind gedurende de plaatsing een ontwikkelingsprobleem of gedragsprobleem wordt gediagnostiseerd. In beide gevallen wordt in overleg met de ouders bekeken wat er binnen de kinderopvang mogelijk is in de zorg voor het “bijzondere kind”. Meer hierover staat beschreven in het hoofdstuk; beleid bijzondere kinderen, dat op aanvraag kan worden ingezien.

  • Door ieder kind zelfstandigheid bij te brengen en de zelfredzaamheid te verhogen.

  • De kinderen structuur en regelmaat in de dagindeling te bieden

  • Dagelijks is er minimaal één van de vaste beroepskrachten werkzaam in de stamgroep/basisgroep van het kind; ook wanneer de groep tijdelijk in een andere groepsruimte verblijft.

  • De kinderen in groepsverband samen te brengen met leeftijdgenootjes en te stimuleren deel te nemen bv: dreumesochtend, peuterochtend, gezamenlijke activiteiten verschillende bso’s, etc.

  • Door het bieden van optimale zorg aan de kinderen door middel van een veilige omgeving, een gezond klimaat, gezonde voeding en het afwisselen van rust en activiteiten. Op het kinderdagverblijf is er voldoende ruimte om uit te rusten; baby’s houden hun eigen slaapritme van thuis en de peuters kunnen indien gewenst tussen de middag enkele uren slapen. Bij de buitenschoolse opvang is er een goede balans tussen rustmomenten en spelactiviteiten.

  • Door bij de BSO de kinderen onder te brengen in een zogenaamde “basisgroep”, met extra aandacht en zorg van één pedagogisch medewerker voor een aantal van de onder haar zorg vallende kinderen. Zij is aanspreekpunt voor zowel de andere collega’s als de ouders wanneer er zich problemen voordoen, of het even minder goed gaat met het kind op sociaal en emotioneel gebied. Zij is ook degene die het kind jaarlijks volgt in ontwikkeling en welbevinden en indien gewenst, met ouders hierover een gesprek aan kan gaan.

Ondersteuning van de pedagogisch medewerkers tijdens de werkzaamheden en taken als observeren, signaleren en eventuele doorverwijzing.

De medewerkers worden bij deze taken in eerste instantie aangestuurd en ondersteund door de leidinggevenden.

Bij zorgen over de ontwikkeling van een kind of bij gedragsproblemen, bespreken de medewerkers deze met hun leidinggevende.

Deze zal de orthopedagoog, werkzaam binnen Kinderopvang Jip & Janneke, inschakelen en gezamenlijk wordt een plan van aanpak opgesteld en wordt de zorg met de ouders gedeeld.

Indien nodig en/of gewenst zal de orthopedagoog de ouders doorverwijzen naar het centrum voor Jeugd en Gezin binnen de gemeente, waarmee zij regelmatig contact heeft.

Bij een mogelijke ontwikkelingsachterstand kan zij ouders en kind doorverwijzen naar stichting vroeghulp in Rotterdam.

Wanneer een kind bijvoorbeeld logopedische ondersteuning nodig heeft kan zij de ouders daarnaar verwijzen en vervolgens na aanmelding en behandelplan kunnen de medewerkers het kind hierbij ondersteunen door tijdens de opvang de opgegeven oefeningen met het kind te doen. Omdat de vraag naar opvang voor “bijzondere kinderen” toeneemt en we daardoor steeds meer van deze kinderen op de opvang ontvangen hebben wij een aanvullend beleidsdocument hierover opgesteld. Mocht u behoefte hebben aan inzage dan kunt u dat melden.

2. Visie op sociale competentie

Voor Kinderopvang Jip & Janneke is ieder kind uniek en heeft zijn/haar eigen kwaliteiten. Wij zijn van mening dat ieder kind zich wil ontwikkelen en dat altijd op zijn/haar eigen manier doet, op basis van aanleg en karakter en hiervoor ook de ruimte moet krijgen. Deze kinderen zijn namelijk de volwassenen van de toekomst die op een goede, harmonieuze manier met elkaar moeten samenleven. Daarom brengen we kinderen in groepsverband samen. Belangrijk hierbij is de interactie met leeftijdsgenootjes, het deel uitmaken van een groep en het deelnemen aan groepsgebeurtenissen.

Wat doen wij om de sociale competentie te stimuleren:

  1. De dreumesochtend is bedoeld voor kinderen van ongeveer 1,5 tot 2 jaar oud. Zij krijgen, begeleidt door een medewerker van de groep, in een uitdagende omgeving, gedurende korte tijd een programma aangeboden in het ontdekken van peuteractiviteiten, zoals knutselen, lezen, zingen en buiten spelen.
  2. De peuterochtend is bedoeld voor kinderen van 3 tot 4 jaar oud. Hen wordt buiten de eigen groepsruimte, onder begeleiding van een vaste medewerker, in een uitdagende omgeving, een voorbereidend en stimulerend programma aangeboden.
    Hier wordt aandacht besteedt aan de VVE-activiteiten (vroeg voorschoolse educatie), zoals het in groepsverband doen van behendigheidsspelletjes, motorische ontwikkelingsgerichte knutselactiviteiten en het aanleren van basisvaardigheden. Ook is er aandacht voor veel verschillende thema’s.
    Deze VVE-activiteiten dienen ter ondersteuning van de taalontwikkeling en voorbereiding op de basisschool en vervangen op zoveel dagen als mogelijk vanuit de plaatsing, de peuterspeelzaal, waar veel kinderen die de kinderopvang bezoeken, niet naartoe gaan.
  3. Onze visie op vrije tijd bij de bso is tijd die gekenmerkt wordt door het niet functioneel bezig zijn. Het bezig zijn is belangrijker dan het presteren, waar zij gedurende de schooldag al mee geconfronteerd zijn/worden.
    De kinderen bepalen voor een groot deel zelf wat ze willen doen en met wie, de sociale contacten zijn belangrijker dan het product van een activiteit.

Enkele belangrijke uitgangspunten voor vrijetijdsbesteding zijn:

– De kinderen in de BSO bepalen zelf hoe zij hun vrije tijd willen invullen.

– Een goede balans vinden tussen vrij spelen en georganiseerde activiteiten (knutselwerkjes, gezelschapsspellen, teamspelen, uitstapjes, etc.).

– Kinderen leren spelenderwijs een aantal dingen die van invloed zijn op hun sociale vaardigheden, zoals het leren omgaan met conflicten, leren delen en zich in kunnen leven in de ander.

– Het creëren van een sfeer van verdraagzaamheid en wederzijds respect tussen kinderen onderling en tussen pedagogisch medewerkers en kinderen.

3. Visie op persoonlijke competentie

Het scheppen van ontwikkelingskansen doen wij door het kind voldoende speelgelegenheid in ruimte, activiteiten en speelmaterialen aan te bieden en de kinderen tijdens de ontwikkeling te stimuleren.

Enkele uitgangspunten:

– Kinderen, vanaf de peuterleeftijd, helpen bij de zindelijkheidstraining

– Kinderen helpen opgroeien tot evenwichtige mensen.

– Letten op signalen van kinderen. Wat kan en/of wil het kind graag.

– Kinderen helpen hun grenzen te ontdekken en af te bakenen.

  • Wat vind ik wel fijn en wat niet en hoe geef ik dat aan? In spel en omgang met elkaar.
  • Wat mag ik wel en wat mag ik niet? Het leren omgaan met regels, door ze te benoemen, uit te leggen en toe te passen in situaties of conflicten.
  • Hoe zien anderen mij? Het ontwikkelen van een juist zelfbeeld.
  • De wereld wordt groter maar niet alles is te accepteren; hoe kan ik dat veilig ontdekken?
  • Stimuleren van de verschillende ontwikkelingsgebieden,

  • De kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting.

  • De pedagogisch medewerkers besteden aandacht aan individuele leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk.

  • Het bieden van een gevarieerd aanbod van (spel)materialen en activiteiten

  • De inrichting van de ruimtes is uitnodigend.

4. Visie op overdracht van normen en waarden

Kinderopvang Jip & Janneke probeert een bijdrage te leveren bij het opgroeien tot sociaal, zelfstandige mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

  • Wij stimuleren de kinderen tot zelfstandigheid en het leren dragen van verantwoordelijkheid.
  • Ook brengen wij de kinderen waarden, normen en respect bij voor zowel zichzelf als anderen.
  • De pedagogisch medewerkers geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld.
  • De pedagogisch medewerkers proberen, in overleg met de ouders, zoveel mogelijk aan te sluiten op rituelen, waarden en normen van de opvoeding thuis. Bijvoorbeeld wanneer er thuis wordt gebeden voor het eten.
  • Wij laten een kind in zijn/haar waarde en begeleiden het in zijn/haar ontwikkelingsproces. Zo worden alle kinderen gelijk behandeld en serieus genomen.
  • Door het hanteren van regels en door consequent te handelen weten de kinderen waar zij aan toe zijn en wat zij wel/niet mogen.
  • Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig en worden aan de kinderen uitgelegd.
  • Bij het oplossen van conflicten gaan wij uit van belonen en corrigeren. Wij geven aan wat er wel en niet mag.
  • Er wordt voor gedrag wat door ons wordt afgekeurd een bij de leeftijd passende straf gegeven en goed gedrag wordt beloond door middel van het geven van complimenten of een beloningssysteem (bijvoorbeeld het verkrijgen van een sticker, tijdens de zindelijkheidsfase).

Ook wij hebben onze taak als het gaat over de seksuele ontwikkeling. Als blijkt dat kinderen hier op de een of andere manier mee bezig zijn, dan proberen wij dat te sturen in de juiste richting. Erover praten en aangeven wat hierin wel of niet is toegestaan is in het ontdekkende contact tussen kinderen onderling vooral belangrijk. Een uiting van termen of een aanraking die wel of niet gewenst wordt; de medewerkers zullen in alle gevallen moeten zorgen voor het begeleiden in het juiste perspectief. Een vierjarige die doktertje speelt ziet dit geheel anders dan een 11-jarige die bezig is zijn eigen lichaam te ontdekken en zich daarover uitlaat ten opzichte van anderen. Elke situatie dient dan ook op de juiste waarde te worden ingeschat alvorens het gesprek aan te gaan. Indien nodig worden de ouders hierbij betrokken.

5. Stamgroepen/basisgroepen

Kinderopvang Jip & Janneke werkt, zoals reeds hierboven is beschreven, met verschillende stamgroepen/basisgroepen. De stamgroep is de groep waar het kind bij het kinderdagverblijf in is geplaatst en verblijft en de basisgroep is de groep van de bso waarbij het kind is ingedeeld.

Wij hanteren voor het begrip stamgroep de definitie, zoals deze is weergegeven door de overheid in het beleidsstuk: Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012:

Stamgroep en basisgroep
Kinderopvang vindt plaats in stamgroepen (kinderdagverblijven en peuterspeelzalen) en basisgroepen (buitenschoolse opvang). De grootte van een groep is afhankelijk van de leeftijdsopbouw.

Stamgroep
Stamgroepen zijn vaste groepen kinderen met veelal een eigen groepsruimte en pedagogisch medewerkers.
Een kind maakt in de week gebruik van hooguit twee verschillende stamgroepen.
Bij activiteiten kunnen kinderen de eigen groepsruimte met de eigen stamgroep of een deel van de stamgroep én hun pedagogisch medewerker verlaten en naar een andere ruimte gaan.
De maximale omvang van de stamgroep wordt dan tijdelijk losgelaten.

Basisgroep
Basisgroepen op een buitenschoolse opvang (bso) zijn niet persé gekoppeld aan een eigen groepsruimte. Kinderen maken gebruik van verschillende ruimtes, doch hebben een vaste basisgroep met vaste medewerkers die de kinderen begeleiden.
Deze stamgroepen / basisgroepen maken onderscheid in de leeftijd van het kind.
De stamgroepen in het kinderdagverblijf kunnen zowel horizontaal als verticaal zijn ingericht qua leeftijd van de kinderen. Bij een horizontale groep zijn kinderen van 0 tot 2 jaar óf 2 tot 4 jaar bij elkaar in een groep geplaatst en bij een verticale groep verblijven kinderen van 0 tot 4 jaar in een groepsruimte.
De omvang van de stamgroep of basisgroep is afgestemd op de eisen uit het Convenant Kwaliteit Kinderopvang.
Voor (spel)activiteiten waarbij kinderen hun stamgroep / basisgroep verlaten om gebruik te maken van een andere ruimte dan de groepsruimte zijn afspraken gemaakt.
In vakanties worden stamgroepen/basisgroepen bij een lage bezetting regelmatig samengevoegd, doch met de vaste medewerkers. De stamgroep/basisgroep verblijft dan in zijn geheel in een andere ruimte.

Horizontale en verticale groepen

Wij hebben ervoor gekozen de baby’s deels op te vangen in aparte horizontale babygroepen, waar het kind verblijft tot het toe is aan de overgang naar de peutergroep. Rond de tweede verjaardag van het kind gaat het kind, vanuit deze horizontale groep, over naar de horizontale peutergroep. Hier blijven kinderen tot ze de 4-jarige leeftijd bereikt hebben.
Daarnaast zijn er tevens een aantal
verticale groepen, waar kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar geplaatst zijn. Deze kinderen verblijven gedurende meerdere jaren op dezelfde groep en daardoor kunnen broertjes en zusjes eenvoudiger in dezelfde groep geplaatst worden. Ook hoeft er niet opnieuw “gewend” te worden gedurende de 4 jaren van de kinderopvang.

De keuze voor een van de twee groepsvormen is afhankelijk van de bezetting op de betreffende groep, doch ouders kunnen hun voorkeur zeker aangeven.

Uitzonderingen op het verblijven in de eigen stamgroep of basisgroep.

Naast de mogelijkheid tot het afnemen van extra opvang voor het geplaatste kind is het tevens mogelijk om een gemiste of nog te missen opvangdag te ruilen voor een andere gewenste opvangdag.
Op zo’n extra dag of ruildag kan het voorkomen, dat er vanwege de maximale groepsgrootte geen plaats is op de eigen stamgroep/basisgroep van het kind. Het kind zal voor de duur van deze extra dag of ruildag in een andere stamgroep/basisgroep verblijven.
Dit zal slechts plaatsvinden na overleg en met medeweten en toestemming van de ouders, die voor deze aanvraag hebben moeten ondertekenen.

Blijkt op de bewuste dag, dat er een kind van de eigen stamgroep/basisgroep wegens ziekte is afgemeld, dan zal het kind en dat heeft ook de voorkeur, alsnog op de eigen stamgroep/basisgroep, de dag kunnen doorbrengen.

Ook kan de situatie ontstaan dat er bij de aanvang van de plaatsing nog niet op alle dagen plaats is op de gewenste groep. Het kind verblijft voor korte tijd voor een deel van de gewenste tijd van opvang op een tweede stamgroep. Wederom met medeweten en toestemming van de ouders en slechts voor de duur van de “wachttijd” en dus tot er volledig plaats is op de eigen groep.

Voor de bso ligt de leeftijdsopbouw niet vast, maar wordt wel rekening gehouden met de leeftijd bij het indelen van de basisgroepen en bij (spel)activiteiten en dergelijke.

De basisgroepen bij de bso zijn samengesteld afhankelijk van het aanbod van de leeftijd van de kinderen en beschikbaarheid van de ruimtes. Binnen de ruimte kunnen het spelaanbod, de huisregels en de inrichting snel aangepast worden aan de kinderen die opgevangen worden.
Natuurlijk mogen de kinderen van de bso zich binnen bepaalde regels vrij bewegen door de verschillende groepsruimtes en worden er indien mogelijk activiteiten georganiseerd in gezamenlijke ruimtes.

6. Open deuren beleid

Dit beleid is een bewuste keuze vanuit onze visie en de gedachte dat elk kind een competent kind is, dat zich ontwikkeld, door de stimulatie op de verschillende ontwikkelingsgebieden en biedt het kind de mogelijkheid zijn speelruimte op sociaal en emotioneel vlak uit te breiden, door zich te kunnen begeven binnen verschillende groepsruimtes en te kunnen spelen met kinderen, die geen onderdeel uitmaken van de eigen stamgroep/basisgroep.

Enkele belangrijke uitgangspunten hierbij zijn:

  • Veiligheid: Een kind kan pas gebruikmaken van de uitdaging die geboden wordt en zich ontwikkelen, als het zich veilig en geborgen voelt. Jonge kinderen hebben grote behoefte aan structuur, continuïteit en voorspelbaarheid. Daarom vormt ook bij het werken met open deuren de stamgroep de basis. Een stamgroep biedt continuïteit en geborgenheid in relatie met leeftijdgenootjes, groepsleiding en fysieke omgeving. Hiernaast zijn herkenbare momenten van de dag, vaste rituelen rondom slapen, eten en vieringen zoals verjaardagen belangrijke onderdelen van de structuur die een kind ervaart.
    Dezelfde regels voor alle stamgroepen geeft de juiste basis voor de emotionele veiligheid van de kinderen. Bijvoorbeeld: tijdens het buiten spelen moet iedereen zich aan dezelfde regels houden als het gaat om het fietsen op het plein of het gezamenlijk spelen in de zandbak.

  • Bieden van uitdaging: Door de deuren open te zetten verbreed je het aanbod aan leefruimte en uitdaging. De kinderen krijgen meer ruimte (letterlijk en figuurlijk) en keuzemogelijkheden. Het vergroten van uitdaging is alleen zinvol als dit gebaseerd is op behoeften van kinderen en van de groep. De pedagogisch medewerkers richten zich daarom de hele dag op de kinderen en op de groep en proberen in hun aanbod aan te sluiten op wat ze zien. Natuurlijk zijn keuzemogelijkheden aangepast aan wat de kinderen aankunnen. Dit veronderstelt goed observeren, volgen en begeleiden van kinderen.
    Het werken met open deuren leidt tot vergroting van het activiteitenaanbod. Kinderen kunnen vaak kiezen uit meerdere activiteiten, in verschillende ruimtes. De activiteiten zijn divers; de talenten van de medewerkers worden ingezet voor alle kinderen.
    Activiteiten zijn voor grote en kleine groepen, voor een bepaalde leeftijdscategorie of voor iedereen die maar mee wil doen.
    Om het aanbod te vergroten kunnen ook de inrichting en de materialen van de verschillende ruimtes op elkaar worden afgestemd. Ruimtes zoals de hal en de gang kunnen ook zoveel mogelijk geschikt gemaakt worden als speelruimte.
    Het open zetten van de deur daagt uit tot het onderzoeken.
    Het bewust sluiten van de groepsruimte-deur daarentegen geeft de structuur en de rust van het in de kleine groep “onder elkaar” zijn.
    Beide vormen zullen dan ook regelmatig afgewisseld worden.

  • Sociale competentie: Het werken met open deuren betekent een verruiming van de interactiemogelijkheden met andere kinderen. Door de deuren open te zetten, krijgen kinderen meer ruimte en mogelijkheden om relaties te leggen, ook buiten de stamgroep. Groepjes kinderen met dezelfde interesses kunnen samen spelen; vriendjes, broertjes en zusjes kunnen elkaar gemakkelijk opzoeken. De nadruk op samendoen, samen spelen, afstemmen en samenwerken, geeft kinderen de gelegenheid zich te toetsen aan elkaar en van elkaar te leren.

  • Normen en waarden: Door de nauwere samenwerking tussen stamgroepen en basisgroepen is het nodig het pedagogisch klimaat in de verschillende groepen beter op elkaar af te stemmen en bepaalde gedragsregels consequent te hanteren. Het werken met open deuren leidt ook tot afgestemd pedagogisch handelen als het gaat over individuele kinderen. De kinderen leren zich te bewegen tussen andere kinderen en leren daarmee rekening te houden met elkaar.

Dit Pedagogisch beleid is met zorg samengesteld en geeft weer hoe er bij kinderopvang Jip & Janneke wordt gedacht en waarnaar wordt gewerkt.

Mocht u vragen hebben over dit Pedagogisch beleid, of graag een keer bij ons komen kijken, omdat u zelf een plaatsingswens heeft voor uw kind, dan staan wij u graag te woord via het algemene nummer 010-5066900.

Het gehele team groet u vriendelijk en dankt u voor de aandacht voor ons Pedagogisch beleid.

Onze locaties bevinden zich op de volgende adressen:
locatie Poortugaal; Albrandswaardsedijk 74, 3172 AA
locatie Rhoon-Portland, de Beurs 39, 3162 WB